Schuilen

Schuilen. Een mooi woord voor tijdelijk even geen last willen hebben van de omstandigheden waarin je verkeert. Veelal gaat het om regen.

Een paraplu als schuilplek welke met mij mee loopt. Gestreepte winkelluifels die uitnodigen om te schuilen tegen de regen. Een bushok die mij droog houdt en tegelijkertijd het ongemakkelijke gevoel geeft dat ik hier niet hoor, want ik wil niet mee met de bus. Een boom die uiteindelijk lekt. 

Maar ook een mooi woord voor een schouder om even te steunen of voor het creëren van een eigen wereld, die je als kind bouwde op zolder, in de tuin of een bosje.

Verschuilen heeft een andere betekenis. Tussen de mensen, achter iemands rug, achter mijn grootspraak, voor mijn pijn, voor mijn onmacht. Niet meer verschuilen betekent dat ik de volle betekenis van mijn context, emoties en gevoelens tot mij door laat dringen. Dat maakt mij tot op het bot nat, doet mij rillen en verkleumen en afvragen wat ik aan het doen ben (de drijfnatte wielrenner). Door de pijn en de koude te accepteren blijf ik handelen. Handelen om mijn grens te ontdekken, mijn doel te halen of andere keuzes te maken. Eenmaal gekozen hoef ik niet meer te verschuilen en is mijn blikveld verruimd en de koude uit mijn lijf.